Skip to main content

Hoe heb jij jouw nalatenschap geregeld? Dit is een onderwerp dat veel mensen liever vermijden, maar toch heel belangrijk is. In de uitzending van afgelopen zondag heb ik het onderwerp ‘versterferfrecht’ bij Harry aan tafel besproken. In de uitzending vertel ik meer over het onderwerp ‘wat is mijn positie binnen het erfrecht als mijn vader of moeder hertrouwt?’.

Versterferfrecht

Binnen het erfrecht kennen wij standaardregels over wie de erfgenamen zijn van jouw vermogen of bezit. Deze regels vallen onder het versterferfrecht en gelden wanneer een testament ontbreekt.

Het uitgangspunt van het versterferfrecht is dat bij een overlevende echtgenoot en kinderen de volledige erfenis ter beschikking wordt gesteld van de langstlevende echtgenoot, en de kinderen een vordering krijgen op de langstlevende ter hoogte van hun aandeel in de nalatenschap.

Maar wat gebeurt er als die langstlevende ouder opnieuw verliefd wordt en wil gaan trouwen? Wat is dan de positie van de kinderen?

Met lege handen staan

Je wilt als kind wellicht niet dat de nalatenschap van die ouder bij diens overlijden in handen komt van de stiefouder, of dat de vordering die je nog had op die ouder vanwege de eerder opengevallen nalatenschap van de vooroverleden ouder in handen komt van de stiefouder. Kom je in een dergelijke situatie als kind met lege handen te staan?

Voorziening versterferfrecht

De wet kent voor een dergelijke situatie een voorziening. Je kunt als kind de zogeheten wilsrechten inroepen. Er zijn 4 momenten dat je als kind de wilsrechten kunt uitoefenen:

  • op het moment dat de ouder aangifte doet van zijn voornemen om opnieuw in het huwelijk (of een geregistreerd partnerschap) te treden;
  • op het moment dat de ouder overlijdt waardoor de geldvordering (wegens vooroverlijden van de eerst overleden ouder) van het kind op de ouder opeisbaar wordt;
  • op het moment dat de ouder overlijdt waardoor het kind een niet-opeisbare geldvordering op zijn/haar stiefouder verkrijgt;
  • op het moment dat de stiefouder overlijdt waardoor de geldvordering van het kind op de stiefouder opeisbaar wordt.

De voorziening uitgelegd

De wilsrechten met betrekking tot de momenten 1 en 3 worden ook wel het eerste en het tweede bloot-eigendomswilsrecht genoemd. Dat betekent het eigendom van de goederen wordt verkregen, maar dat recht wordt beperkt omdat de echtgenoot het recht op gebruik van dat goed (vruchtgebruik) krijgt.

Wilsrechten

De wilsrechten met betrekking tot de momenten 2 en 4 wel het eerste en tweede vol-eigendomswilsrecht genoemd. In deze gevallen wordt de eigendom verkregen zonder dat het genot daarvan wordt beperkt door vruchtgebruik.

Als een kind een wilsrecht uitoefent, dan zal de echtgenoot respectievelijk stiefouder respectievelijk diens erfgenamen de eigendom van goederen moeten overdragen aan dat kind. Als het echter gaat om een bloot-eigendomswilsrecht krijgt de echtgenoot dan wel de stiefouder het vruchtgebruik. Dit vruchtgebruik moet op de door de wet bepaalde wijze worden gevestigd. Bijvoorbeeld dient vruchtgebruik op een onroerende zaak gevestigd te worden door de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers. De waarde van het over te dragen goed komt na overdracht in mindering op de geldvordering die het kind op de echtgenoot dan wel de stiefouder heeft.

Het uitoefenen van wilsrechten kan uitsluitend zien op goederen uit de nalatenschap van de ouder of de door diens overlijden ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. De goederen die aan de zijde van de stiefouder in een huwelijksgoederengemeenschap zijn gevallen, vallen buiten het bereik van de wilsrechten.

Testament en wilsrechten

Het kan zijn dat de wettelijke verdeling van toepassing is op grond van een testament. Het kan echter zijn dat de wilsrechten bij testament zijn uitgebreid, beperkt of in het ergste geval opgeheven. Dit kan in het voordeel van het kind, maar ook in het nadeel van het kind werken. Als de erflater het vruchtgebruik door de achterblijvende echtgenoot heeft uitgesloten, dan is dat in het voordeel van het kind, om dat dan bij uitoefening van de wilsrechten het volledige eigendom van de goederen dient te worden overgedragen. Als de overleden ouder in zijn testament echter heeft bepaald dat er geen wilsrechten kunnen worden uitgeoefend, dan heb je als kind het nakijken.

bijvoorbeeld een hypotheekrecht mogelijk is indien er sprake is van een verzorgingsbehoefte van de echtgenoot of indien de verplichting van de echtgenoot tot voldoening van de schulden van de nalatenschap dat nodig maakt. Er dient dan wel een machtiging door de Kantonrechter gegeven te worden. In het kader van de verzorgingsbehoefte kan ook machtiging worden gevraagd om de woning te verkopen om vervolgens de opbrengst op te teren.

De ouder of de  stiefouder kunnen het kind een termijn geven waarbinnen het kind moet aangeven of er een wilsrecht uitgeoefend zal worden. Indien het kind niet binnen die termijn reageert, vervalt zijn recht tot het uitoefenen van het betreffende wilsrecht.

Advies over een soortgelijke kwestie?

Heeft u vragen over een kwestie zoals deze? Of een soortgelijke zaak? Neem gerust contact met ons op. De erfrechtadvocaten van Beumer Advocaten & Mediators staan voor u klaar.