Publicaties & Nieuws

Scheiden

De IB-ondernemer en alimentatie

Auteur: Mr. Kim Beumer

Ik procedeer zeer regelmatig over de vaststelling en hoogte van de alimentatie, waarbij ik de belangen van de IB-ondernemer vertegenwoordig. Bedrijfseconomische kennis is daarbij onontbeerlijk, niet alleen bij mij, maar ook bij de rechter. De rechter moet de financiële gegevens van de IB-ondernemer kunnen interpreteren en in de juiste context kunnen plaatsen. Onvoldoende inzicht kan leiden tot een onjuiste beslissing van de rechter met alle gevolgen van dien.

Ik meen dat de IB-ondernemer in bedrijfseconomische zin op dezelfde wijze dient te worden bekeken als de ondernemer die zijn onderneming exploiteert in de vorm van een besloten vennootschap.

Draagkracht IB-ondernemer

Bij de beoordeling van de draagkracht van een IB-ondernemer bij de vaststelling van alimentatie, wordt nog steeds te vaak uitgegaan van de gemiddelde winst, meestal over de afgelopen drie jaren. Dat is echter te beperkt om tot een reëel oordeel te kunnen komen. Dit zou namelijk betekenen dat de behaalde winst ook daadwerkelijk is ontvangen, hetgeen eigenlijk nooit het geval is. Denk bijvoorbeeld aan het bestaan van een grote debiteur, die niet betaalt. Dit leidt tot een beperking van de liquiditeitspositie, terwijl deze post wel wordt toegerekend aan de winst. Zie daar het vertekende beeld. Wanneer er sprake is van een IB-ondernemer die beperkte liquide middelen heeft, kan dat leiden tot financiële problemen, te meer wanneer de draagkracht enkel wordt berekend op basis van de gemiddelde winst.

Berekening IB-onderneming

De rechter zal een totaalbeeld moeten kunnen krijgen van de onderneming, dat wil zeggen bedrijfseconomische- en brancheontwikkelingen, balans, (prognoses van) staat van baten en lasten en de (prognoses van) kasstroomoverzichten.

Bij winstbepaling gaat het om opbrengsten en kosten, terwijl het bij kasstroomoverzichten gaat om de ontvangsten en uitgaven. Met andere woorden: wat komt er daadwerkelijk in de portemonnee en wat gaat er daadwerkelijk uit. Derhalve een wezenlijk verschil. Degenen die zich bezighouden met alimentatie rekenen dienen dit onderscheid goed te kunnen maken.

Toetsing IB-ondernemer

Om de rechter het totaalplaatje van de onderneming te kunnen schetsen is het van groot belang dat hij/zij beschikt over de juiste stukken. Overleggen van jaarrekeningen (balans, staat van baten en lasten, en de toelichting), kasstroomoverzicht en kasstroom- en winstprognose zijn essentieel. De geprognotiseerde kasstroom geeft de rechter een extra toetsingsmogelijkheid of de IB-ondernemer de opgelegde of op te leggen alimentatie ook daadwerkelijk kan dragen. Zo kan worden vastgesteld of de IB-ondernemer over voldoende liquide middelen bezit. Immers, de IB-ondernemer moet over voldoende liquiditeit beschikken om de alimentatie te kunnen betalen. Dat is de bottom line.

Opstelling kasstromen

Bij de opstelling van de kasstroomoverzichten is het bij de IB-ondernemer van belang dat gedetailleerd aandacht wordt besteed aan de privéopnames en -stortingen.

Niet alleen ligt het op de weg van de advocaat om de juiste gegevens in te brengen, maar ook om de rechter ervan te overtuigen dat het bepalen van de draagkracht van de ondernemer op basis van de winst over de afgelopen drie jaar, aldus op basis van verleden, een onjuist uitgangspunt vormt. Met als mogelijk gevolg de vaststelling van een alimentatie die de IB-ondernemer niet kan dragen en in de financiële problemen komt. Dat het veel meer reëel is om die winstprognose en kasstroomprognoses te betrekken in de berekening van de draagkracht, omdat daarmee de op te leggen alimentatie daadwerkelijk kan worden voldaan zonder dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt. Niet alleen voor de alimentatieplichtige is dat beter, ook voor de alimentatiegerechtigde. 

Immers, die heeft op die wijze meer zekerheid over het feit dat de alimentatie ook daadwerkelijk betaald wordt.

Conclusie

Het opleggen van alimentatie op basis van cijfers uit het verleden werkt onjuiste en te hoge alimentatieverplichtingen in de hand. Het vaststellen van de draagkracht van de IB-ondernemer op basis van winstprognoses en kasstroomprognoses sluit veel meer aan bij de realiteit en zorgt voor meer rechtszekerheid. Men zal er gewoon even aan moeten wennen.