Skip to main content

Versterferfrecht

Lees verder

Versterferfrecht, wanneer spreken we daarvan? Binnen het erfrecht maken we onderscheid tussen het versterferfrecht en het testamentair erfrecht. Als er geen testament is gemaakt door de overledene (de erflater), dan heeft u te maken met het versterferfrecht. Dat is terug te vinden in de wet. De wet bepaalt wie de erfgenamen van de erflater zijn en welk deel van de nalatenschap de erfgenamen erven.

Wie zijn de erfgenamen als er geen testament is?

De wet deelt de erfgenamen in een aantal groepen in. De eerste groep erfgenamen bestaat uit de echtgenoot en de kinderen van de erflater. Als er geen echtgenoot is, bijvoorbeeld omdat de erflater gescheiden is of omdat de echtgenoot eerder is overleden, dan vervullen de kinderen de plek van de ouder.

Als er geen echtgenoot is en er ook geen kinderen zijn die kunnen of mogen erven, dan kijkt men naar groep twee. Groep twee wordt gevormd door de ouders van de erflater en diens broers of zussen. Als ook groep twee leeg blijkt te zijn, komt groep drie aan de beurt: de grootouders. Groep vier wordt ten slotte gevormd door de overgrootouders. De groepen drie en vier zijn vaak leeg en dan wordt er gekeken wie van de grootouders respectievelijk de overgrootouders zou hebben geërfd. Dan kom je dus uit bij tantes en ooms, neven en nichten, respectievelijk oudooms en oudtantes

Wat erft ieder?

Als de erflater niet was getrouwd en geen geregistreerd partnerschap had, maar samenwoonde met zijn partner, is de partner geen erfgenaam. Als u wel wilt dat uw partner met wie u samenwoont van u erft, dan zult u dat moeten vastleggen in een testament. Stiefkinderen zijn geen eigen kinderen volgens de wet en erven ook niet automatisch. Ook dat zal moeten worden geregeld in een testament als u dat wilt.

Scheidingen zijn tegenwoordig aan de orde van de dag. Als u gescheiden bent en met uw nieuwe partner kinderen krijgt, terwijl u ook kinderen had met uw ex-partner, zijn dat allen eigen kinderen en erven zij ieder voor gelijke delen van u. De ‘nieuwe’ kinderen zijn de halfbroers en halfzussen van uw ‘oude’ kinderen. Halfbroers en halfzussen vallen in groep twee. Zij erven ook van elkaar als bij hun overlijden groep één leeg blijkt te zijn, maar dan niet voor een gelijk deel, maar voor een half deel.

Erfbelasting

Wilt u weten hoeveel belasting u moet betalen over uw erfdeel? Dat wordt geregeld door de Successiewet. De Successiewet maakt onderscheid in drie groepen erfgenamen: de echtgenoot en de kinderen, de kleinkinderen en overige erfgenamen. Voor iedere groep geldt een ander belastingtarief.

Voor de 2021 zijn de tarieven als volgt:

Echtgenoot/partner en kinderen (ook pleeg- en stiefkinderen)
Over het deel tot en met € 128.750 | 10%
Over het meerdere van € 128.750 | 20%

Kleinkinderen en afstammelingen daarvan
Over het deel tot en met € 128.750 | 18%
Over het meerdere van € 128.750 | 36%

Overige (zoals broers/zussen of ouders)
Over het deel tot en met € 128.750 | 30%
Over het meerdere van € 128.750 | 40%

Vrijstelling

U betaalt niet over iedere euro die u erft belasting. Afhankelijk van de groep waarin u valt, is een bepaald bedrag vrijgesteld van erfbelasting. Deze groepen zijn anders dan die voor de erfbelasting. Voor 2021 gelden de volgende vrijstellingen:

Echtgenoot/geregistreerd partner/samenwonend partner € 671.910
Kind/pleegkind/stiefkind/kleinkind € 21.282
Kind met een beperking (onder voorwaarden) € 63.836
Ouder (samen, tenzij er maar één ouder is) € 50.397
Anderen (zoals broers en zussen of achterkleinkinderen) € 2.244

Is de waarde van uw erfdeel lager of gelijk aan het bedrag van de vrijstelling? Dan betaalt u geen erfbelasting. Is de waarde van uw erfdeel hoger dan de vrijstelling? Dan betaalt u over het bedrag dat hoger is dan het bedrag van de vrijstelling erfbelasting.

Spreek onze specialist

Alles over erfrecht